AEG AGB522F1AW Manuel utilisateur

Catégorie
Congélateurs
Taper
Manuel utilisateur
USER
MANUAL
NL Gebruiksaanwijzing 2
Vriezer
FR Notice d'utilisation 20
Congélateur
DE Benutzerinformation 39
Gefriergerät
AGB522F1AW
INHOUDSOPGAVE
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE................................................................................. 2
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN........................................................................ 4
3. INSTALLATIE........................................................................................................7
4. BEDIENINGSPANEEL..........................................................................................9
5. DAGELIJKS GEBRUIK....................................................................................... 11
6. AANWIJZINGEN EN TIPS..................................................................................11
7. ONDERHOUD EN REINIGING...........................................................................13
8. PROBLEEMOPLOSSING...................................................................................15
9. GELUIDEN..........................................................................................................18
10. TECHNISCHE GEGEVENS..............................................................................18
11. AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTEN....................................................18
VOOR PERFECTE RESULTATEN
Bedankt dat je voor dit AEG-product hebt gekozen. We hebben het gecreëerd om
jarenlang onberispelijke prestaties te leveren, met innovatieve technologieën die
het leven eenvoudiger maken – functies die je wellicht niet op gewone apparaten
aantreft. Neem een paar minuten de tijd om het beste uit het apparaat te halen.
Ga naar onze website voor:
Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en
reparatie-informatie:
www.aeg.com/support
Registreer je product voor een betere service:
www.registeraeg.com
Koop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je
apparaat:
www.aeg.com/shop
KLANTENSERVICE EN SERVICE
Gebruik altijd originele onderdelen.
Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u de
volgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer.
De informatie vindt u op het typeplaatje.
Waarschuwingen en veiligheidsinformatie
Algemene informatie en tips
Milieu-informatie
Wijzigingen voorbehouden.
1. VEILIGHEIDSINFORMATIE
Lees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor
installatie en gebruik van het apparaat. De fabrikant is
niet verantwoordelijk voor verwondingen of schade die
voortvloeit uit de onjuiste installatie of het onjuiste
www.aeg.com2
gebruik. Bewaar de instructies altijd op een veilige,
toegankelijke plek voor toekomstig gebruik.
1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare
personen
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8
jaar en ouder en door mensen met een beperkt
lichamelijk, zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een
gebrek aan ervaring en kennis, indien zij onder
toezicht staan of instructies hebben gekregen over het
veilig gebruiken van het apparaat en indien zij de
gevaren begrijpen.
Kinderen in de leeftijd van 3 tot 8 jaar mogen het
apparaat laden en lossen op voorwaarde dat ze goed
zijn geïnstrueerd.
Dit apparaat mag worden gebruikt door personen met
zware en complexe beperkingen, indien ze duidelijk
zijn geïnstrueerd.
Kinderen jonger dan 3 jaar dienen, tenzij zij
voortdurend onder toezicht staan, bij het apparaat uit
de buurt te worden gehouden.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- en
onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat
uitvoeren.
Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en
gooi het op passende wijze weg.
1.2 Algemene veiligheid
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik in huishoudelijke
en soortgelijke toepassingen, zoals:
boerderijen, personeelskeukens in winkels,
kantoren of andere werkomgevingen;
Door gasten in hotels, motels, bed&breakfasts en
andere woonomgevingen.
Neem de volgende instructies in acht om besmetting
van voedsel te voorkomen:
open de deur niet gedurende lange perioden;
NEDERLANDS 3
reinig regelmatig oppervlakken die in contact
kunnen komen met voedsel en toegankelijke
afwateringssystemen;
WAARSCHUWING: Houd de ventilatieopeningen altijd
vrij van obstructies; dit geldt zowel voor losstaande als
ingebouwde modellen.
WAARSCHUWING: Gebruik geen mechanische of
andere middelen om het ontdooiproces te versnellen,
behalve die middelen die door de fabrikant zijn
aanbevolen.
WAARSCHUWING: Let op dat u het koelcircuit niet
beschadigt.
WAARSCHUWING: Gebruik geen elektrische
apparaten in de koelkast, tenzij deze door de fabrikant
worden aanbevolen.
Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat
te reinigen.
Maak het apparaat schoon met een vochtige zachte
doek. Gebruik alleen neutrale schoonmaakmiddelen.
Gebruik geen schuurmiddelen, schuursponsjes,
oplosmiddelen of metalen voorwerpen.
Als het apparaat lange tijd leeg is, schakel het dan uit,
ontdooi, reinig en droog het en laat de deur open om
te voorkomen dat er schimmel in het apparaat
ontstaat.
Bewaar geen explosieve stoffen zoals spuitbussen
met een ontvlambaar drijfgas in dit apparaat.
Als de voedingskabel beschadigd is, moet de
fabrikant, een erkende serviceverlener of een
gekwalificeerd persoon deze vervangen teneinde
gevaarlijke situaties te voorkomen.
2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
2.1 Installatie
WAARSCHUWING!
Alleen een erkende
installatietechnicus mag het
apparaat installeren.
Verwijder alle verpakkingsmaterialen.
Installeer en gebruik geen beschadigd
apparaat.
Volg de installatie-instructies die zijn
meegeleverd met het apparaat.
Pas altijd op bij verplaatsing van het
apparaat, want het is zwaar. Gebruik
www.aeg.com4
altijd veiligheidshandschoenen en
gesloten schoeisel.
Zorg ervoor dat rond het apparaat
lucht kan circuleren.
Bij de eerste installatie of na het
omdraaien van de deur moet u
minstens 4 uur wachten voordat u het
apparaat op de stroom aansluit.
Hierdoor kan de olie terug in de
compressor stromen.
Trek de stekker uit het stopcontact
voordat u handelingen aan het
apparaat uitvoert (bijv. het omdraaien
van de deur).
Installeer het apparaat niet in de
nabijheid van radiatoren, fornuizen,
ovens of kookplaten.
Stel het apparaat niet bloot aan
regen.
Installeer het apparaat niet op een
plaats met direct zonlicht.
Installeer dit apparaat niet in ruimtes
die te vochtig of te koud zijn.
Til de voorkant van het apparaat op
als u hem wilt verplaatsen, om
krassen op de vloer te voorkomen.
Het apparaat bevat een zakje
droogmiddel. Dit is geen speelgoed.
Dit is geen levensmiddel. Gooi het
onmiddellijk weg.
2.2 Aansluiting op het
elektriciteitsnet
WAARSCHUWING!
Gevaar voor brand en
elektrische schokken.
WAARSCHUWING!
Zorg er bij het plaatsen van
het apparaat voor dat het
stroomsnoer niet klem zit of
wordt beschadigd.
WAARSCHUWING!
Gebruik geen
meerwegstekkers en
verlengsnoeren.
Dit apparaat moet worden
aangesloten op een geaard
stopcontact.
Zorg ervoor dat de parameters op het
vermogensplaatje overeenkomen met
elektrische vermogen van de
netstroom.
Gebruik altijd een juist geïnstalleerd
schokbestendig stopcontact.
Zorg dat u de elektrische onderdelen
(hoofdstekker, kabel, compressor)
niet beschadigt. Neem contact met de
erkende servicedienst of een
elektricien om de elektrische
onderdelen te wijzigen.
De stroomkabel moet lager blijven
dan het niveau van de stopcontact.
Steek de stekker pas in het
stopcontact als de installatie is
voltooid. Zorg ervoor dat het netsnoer
na installatie bereikbaar is.
Trek niet aan het netsnoer om het
apparaat los te koppelen. Trek altijd
aan de stekker.
2.3 Gebruik
WAARSCHUWING!
Gevaar op letsel,
brandwonden of elektrische
schokken.
Het apparaat bevat ontvlambaar
gas, isobutaan (R600a), een aardgas
met een hoge ecologische compatibiliteit.
Zorg ervoor dat u het koelcircuit dat
isobutaan bevat, niet beschadigt.
De specificatie van dit apparaat niet
wijzigen.
Plaats geen elektrische apparaten
(bijv. ijsmachines) in het apparaat
tenzij uitdrukkelijk geschikt verklaard
door de fabrikant.
Als er schade aan het koelcircuit
optreedt, zorg er dan voor dat er zich
geen vlammen en andere
ontstekingsbronnen in de kamer
bevinden. Lucht de ruimte indien dit
gebeurt.
Zet geen hete items op de
kunststofonderdelen van het
apparaat.
Plaats geen koolzuurhoudende
dranken in het vriesvak. Dit zal extra
druk in de drankfles veroorzaken.
Bewaar geen ontvlambare gassen en
vloeistoffen in het apparaat.
Plaats geen ontvlambare producten of
items die vochtig zijn door
ontvlambare producten in, bij of op
het apparaat.
NEDERLANDS 5
Raak de compressor of condensator
niet aan. Ze zijn heet.
Zorg ervoor dat u nooit met natte of
vochtige handen items uit het vriesvak
verwijderd of aanraakt.
Vries ontdooide voedingswaren nooit
opnieuw in.
Bewaar de voedingswaren volgens de
instructies op de verpakking.
Wikkel het voedsel in eender welk
contactmateriaal voor voedsel
alvorens het in het vriesvak te
plaatsen.
2.4 Binnenverlichting
WAARSCHUWING!
Gevaar voor elektrische
schokken.
Met betrekking tot de lamp(en) in dit
product en reservelampen die
afzonderlijk worden verkocht: Deze
lampen zijn bedoeld om bestand te
zijn tegen extreme fysieke
omstandigheden in huishoudelijke
apparaten, zoals temperatuur,
trillingen, vochtigheid, of zijn bedoeld
om informatie te geven over de
operationele status van het apparaat.
Ze zijn niet bedoeld voor gebruik in
andere toepassingen en zijn niet
geschikt voor verlichting in
huishoudelijke ruimten.
2.5 Onderhoud en reiniging
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of schade
aan het apparaat.
Schakel het apparaat uit en trek de
stekker uit het stopcontact voordat u
onderhoudshandelingen verricht.
Het koelcircuit van dit apparaat bevat
koolwaterstoffen. Enkel bevoegde
personen mogen de eenheid
onderhouden en herladen.
Controleer regelmatig de afvoer van
het apparaat en reinig het indien
nodig. Indien de afvoer verstopt is, zal
er water op de bodem van het
apparaat liggen.
2.6 Service
Neem contact op met de erkende
servicedienst voor reparatie van het
apparaat. Gebruik uitsluitend originele
reserveonderdelen.
Houd er rekening mee dat
zelfreparatie of niet-professionele
reparatie gevolgen kan hebben voor
de veiligheid en de garantie kan doen
vervallen.
De volgende reserveonderdelen zijn
beschikbaar gedurende 7 jaar nadat
het model is stopgezet: thermostaten,
temperatuursensoren, printplaten,
lichtbronnen, deurklinken,
deurscharnieren, trays en manden.
Houd er rekening mee dat sommige
van deze reserveonderdelen alleen
beschikbaar zijn voor professionele
reparateurs en dat niet alle
reserveonderdelen relevant zijn voor
alle modellen.
Deurpakkingen zijn beschikbaar tot 10
jaar nadat het model is stopgezet.
2.7 Verwijdering
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsel of
verstikking.
Haal de stekker uit het stopcontact.
Snij het netsnoer van het apparaat af
en gooi dit weg.
Verwijder de deur om te voorkomen
dat kinderen en huisdieren opgesloten
raken in het apparaat.
Het koelcircuit en de
isolatiematerialen van dit apparaat
zijn ozonvriendelijk.
Het isolatieschuim bevat ontvlambare
gassen. Neem contact met uw
plaatselijke overheid voor informatie
m.b.t. correcte afvalverwerking van
het apparaat.
Veroorzaak geen schade aan het deel
van de koeleenheid dat zich naast de
warmtewisselaar bevindt.
www.aeg.com6
3. INSTALLATIE
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
3.1 Afmetingen
H1
H2
W1
D1
W2
D2
W3
D3
Totale afmetingen ¹
H1 mm 1550
W1 mm 595
D1 mm 635
¹ de hoogte, breedte en diepte van het
apparaat zijn exclusief de handgreep en
pootjes
Benodigde ruimte tijdens gebruik ²
H2 mm 1590
W2 mm 600
D2 mm 706
² de hoogte, breedte en diepte van het
apparaat inclusief de handgreep, plus de
ruimte die nodig is voor vrije circulatie
van de koellucht
NEDERLANDS 7
Totale benodigde ruimte in gebruik ³
H2 mm 1590
W3 mm 605
D3 mm 1212
³ de hoogte, breedte en diepte van het
apparaat inclusief de handgreep, plus de
ruimte die nodig is voor vrije circulatie
van de koellucht, plus de ruimte die
nodig is om de deur te openen tot de
minimale hoek waarbij de volledige
inhoud kan worden uitgenomen.
3.2 Locatie
Raadpleeg de installatie-
instructies voor de installatie.
Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik
als een ingebouwd apparaat.
In het geval van een andere installatie
dan vrijstaand, met inachtneming van de
ruimte die nodig is voor
gebruiksafmetingen, zal het apparaat
correct functioneren, maar het
energieverbruik kan licht toenemen.
Installeer het apparaat niet in de buurt
van een warmtebron (oven, kachels,
radiatoren, fornuizen of kookplaten) of op
een plek met direct zonlicht om de beste
functionaliteit van het apparaat te
garanderen. Zorg ervoor dat lucht vrij
kan circuleren rond de achterkant van de
kast.
Dit apparaat moet in een droge, goed
geventileerde positie binnenshuis
worden geïnstalleerd.
Als het apparaat onder een wandkast
wordt geplaatst, moet de minimale
afstand tussen de bovenkant van de kast
en de wandkast worden gerespecteerd
om optimale prestaties te garanderen.
Voor de beste prestatie kunt u het
apparaat echter beter niet onder een
wandkast zetten. Met de verstelbare
pootjes onderop de kast zorgt u ervoor
dat het apparaat waterpas staat.
LET OP!
Als u het apparaat tegen de
wand plaatst, maak dan
gebruik van de
meegeleverde
afstandhouders of houd
rekening met de minimum
afstand die in de installatie-
instructies wordt aangeduid.
LET OP!
Als u het apparaat met de
zijkant tegen een wand
installeert, raadpleeg dan de
installatie-instructies om de
minimale afstand tussen de
wand en de zijkant van het
apparaat, te begrijpen om de
deurscharnieren voldoende
ruimte te geven om de deur
te openen als de interne
apparatuur moet worden
verwijderd (bijv. bij
reiniging).
Dit apparaat is bedoeld voor gebruik bij
een omgevingstemperatuur variërend
van 10°C tot 43°C.
De juiste werking van het
apparaat kan enkel
gegarandeerd worden als
het opgegeven
temperatuurbereik wordt
gerespecteerd.
Als u twijfels hebt over waar
het apparaat te installeren,
raadpleeg dan de verkoper,
de klantenservice of de
dichstsbijzijnde erkende
servicedienst.
Het moet mogelijk zijn het
apparaat van de
hoofdstroomtoevoer af te
halen. De stekker moet
daarom na installatie
gemakkelijk toegankelijk zijn.
3.3 Elektrische aansluiting
Zorg er vóór het aansluiten voor dat
het voltage en de frequentie op het
typeplaatje overeenkomen met de
stroomtoevoer in uw huis.
www.aeg.com8
Dit apparaat moet worden
aangesloten op een geaard
stopcontact. De netsnoerstekker is
voorzien van een contact voor dit
doel. Als het stopcontact niet geaard
is, sluit het apparaat dan aan op een
afzonderlijk aardepunt, in
overeenstemming met de geldende
regels. Raadpleeg hiervoor een
gekwalificeerd elektricien.
De fabrikant kan niet aansprakelijk
gesteld worden als bovenstaande
veiligheidsvoorschriften niet
opgevolgd worden.
Dit apparaat voldoet aan de EEG -
richtlijnen.
3.4 Afstandhouders
achterkant
U vindt de twee afstandhouders in de
zak van de gebruikershandleiding.
1. Draai de schroef los.
2. Plaats de afstandhouder onder de
schroef.
3. Draai de afstandshouder in de juiste
positie.
4. Draai de schroeven opnieuw aan.
2
4
3
1
3.5 Omkeerbaarheid van de
deur
Raadpleeg het afzonderlijke document
met instructies voor installatie en
omdraaien van de deur.
LET OP!
Bedek tijdens iedere fase
van het omdraaien van de
deur de vloer met een
duurzaam materiaal om
krassen te voorkomen.
4. BEDIENINGSPANEEL
4.1 Display
34
2
1
1
Temperatuurschaal
2
Temperatuurtoets
3
pictogram voor ECO-modus
4
FROSTMATIC-pictogram
4.2 Inschakelen
1. Steek de stekker in het stopcontact.
2. Tik op de temperatuurtoets om het
apparaat in te schakelen. Alle LED-
lampjes lichten op.
De temperatuur is ingesteld op de
standaardinstelling (ECO-modus). LED
lampje naast het pictogram van de
modus ECO brandt.
4.3 Uitschakelen
1. Zet het apparaat uit door 3 seconden
de temperatuurtoets ingedrukt te
houden.
Alle ledlampjes zullen uitgaan.
2. Trek de stekker uit het stopcontact
om de stroomtoevoer naar het
apparaat af te sluiten.
4.4 Temperatuurregeling
Druk op de temperatuurtoets om de
temperatuur te reguleren. Bij iedere druk
op de toets gaat de ingestelde
temperatuur met één stand omhoog en
gaat het overeenkomende ledlampje
branden. Druk herhaaldelijk op de
temperatuurknop tot de vereiste
temperatuur is geselecteerd. De
instelling wordt vastgezet.
NEDERLANDS 9
De selectie loopt
progressief, van -15°C tot
-24°C.
Aanbevolen instelling is
-18°C. U kunt het ook per
ECO-modus activeren.
De ingestelde temperatuur zal binnen 24
uur worden bereikt. Na een
stroomonderbreking blijft de ingestelde
temperatuur opgeslagen.
4.5 ECO -modus
In deze modus wordt de temperatuur
ingesteld op -18°C.
Dit is de beste instelling om
voedsel correct te bewaren
bij een minimaal
energieverbruik.
Om de modus ECO in te schakelen drukt
u herhaaldelijk op de temperatuurknop
totdat het LED-lampje naast het
pictogram van de ECO-modus gaat
branden.
4.6 FROSTMATIC -functie
Deze functie wordt gebruikt voor het
voorvriezen en snel invriezen in volgorde
van het vriesvak. De functie versnelt het
invriezen van vers voedsel en beschermt
voedsel dat reeds is opgeslagen in het
vak tegen ongewenste opwarming.
Activeer om vers voedsel in
te vriezen de functie ten
minste 24 uur voordat u het
voedsel in het vak plaatst
om het voorvriezen te
voltooien.
Druk voor het activeren van deze functie
de temperatuurtoets herhaaldelijk in
totdat het ledlampje naast het
FROSTMATIC-pictogram gaat branden.
Deze functie stopt
automatisch na 52 uur.
Wanneer de functie
uitgeschakeld wordt, wordt
de voorgaande
temperatuurinstelling
hersteld.
U kunt deze functie op elk
moment uitschakelen door
op de temperatuurtoets te
drukken en een nieuwe
temperatuur in te stellen.
4.7 Alarm bij open deur
Als de deur gedurende circa 90
seconden open is blijven staan, activeert
het alarm voor open deur. Het ledlampje
van de huidige ingestelde temperatuur
knippert en het geluid klinkt.
Druk op de temperatuurtoets om het
geluid uit te schakelen.
U kunt dit alarm uitschakelen door de
deur te sluiten.
Als u de toets niet indrukt en de deur niet
sluit, schakelt het geluid na ongeveer
een uur automatisch uit om storingen te
voorkomen.
4.8 Alarm bij hoge
temperatuur
Bij een stijging van de temperatuur in het
vriesvak (bijvoorbeeld doordat de stroom
is uitgevallen of door openen van de
deur) activeert het alarm voor hoge
temperatuur. Het ledlampje van de
huidige ingestelde temperatuur knippert
en het geluid klinkt.
Druk om het geluid uit te schakelen op
de temperatuurtoets (indien de
temperatuur nog niet is hersteld, blijft het
temperatuurlampje knipperen).
Als de temperatuur is hersteld en u drukt
op de temperatuurtoets, stopt het
temperatuurlampje met knipperen.
Als u de toets niet indrukt, schakelt het
geluid na ongeveer een uur automatisch
uit om storingen te voorkomen.
www.aeg.com10
5. DAGELIJKS GEBRUIK
5.1 Vers voedsel invriezen
Het vriesvak is geschikt voor het
invriezen van vers voedsel en voor het
gedurende een lange periode bewaren
van ingevroren en diepgevroren voedsel.
Activeer om vers voedsel in te vriezen de
FROSTMATIC-functie ten minste 24 uur
voordat u het in te vriezen voedsel in het
vriesvak legt.
Bewaar het verse voedsel gelijkmatig
verdeeld in het vierde vak of in de vierde
lade vanaf de bovenkant.
De maximale hoeveelheid voedsel dat
kan worden ingevroren zonder ander
vers voedsel toe te voegen, gedurende
24 uur, staat aangegeven op het
typeplaatje (een label dat zich aan de
binnenkant van het apparaat bevindt).
Wanneer het invriesproces is voltooid,
keert het apparaat automatisch terug
naar de vorige temperatuurinstelling (zie
"FROSTMATIC-functie").
5.2 Het bewaren van
ingevroren voedsel
Als u het apparaat voor het eerst of na
een periode waarin het niet is gebruikt
inschakelt, dient u voordat u de
producten in het vak legt het apparaat
minstens 3 uur te laten werken met de
FROSTMATIC-functie ingeschakeld.
De vrieslades zorgen ervoor dat je het
gewenste voedsel snel en eenvoudig
kunt terugvinden. Verwijder alle lades als
er grote hoeveelheden voedsel bewaard
moeten worden, behalve de onderste
lade die nodig is voor een goede
luchtcirculatie.
Bewaar het voedsel op minstens 15 mm
afstand van de deur.
LET OP!
Bij onbedoelde ontdooiing
door bijvoorbeeld
stroomuitval, waarbij de
stroom langer is
uitgeschakeld dan de
waarde die op het
typeplaatje staat onder
'tijdsduur', moet het
ontdooide voedsel snel
worden geconsumeerd of
onmiddellijk worden bereid,
vervolgens afgekoeld en
daarna opnieuw worden
ingevroren. Zie 'Alarm hoge
temperatuur'.
5.3 Ontdooien
Diepgevroren of gevroren voedsel kan,
voordat het wordt geconsumeerd,
worden ontdooid in de koelkast of in een
plastic zak onder koud water.
Deze handeling is afhankelijk van de
beschikbare tijd en het soort voedsel.
Kleine stukjes kunnen zelfs nog bevroren
gekookt worden.
6. AANWIJZINGEN EN TIPS
6.1 Tips voor
energiebesparing
De interne configuratie van het
apparaat zorgt voor het meest
efficiënte energiegebruik.
De deur niet vaker openen of open
laten staan dan noodzakelijk.
Hoe kouder de temperatuurinstelling,
hoe hoger het energieverbruik.
Zorg voor een goede ventilatie. Dek
de ventilatieroosters of -gaten niet af.
6.2 Tips voor het invriezen
Activeer de FROSTMATIC-functie ten
minste 24 uur voordat u het voedsel in
het vriesvak legt.
Vóór het invriezen verpakken en
verzegelen van vers voedsel in:
aluminiumfolie, plastic folie of zakken,
luchtdichte containers met deksel.
Verdeel voor efficiënter invriezen en
ontdooien het voedsel in kleine
porties.
NEDERLANDS 11
Het wordt aanbevolen om etiketten en
datums op al uw diepvriesproducten
te plakken. Dit zal helpen
voedingsmiddelen te identificeren en
te weten wanneer ze moeten worden
gebruikt voordat ze bederven.
Het voedsel moet vers zijn wanneer
het wordt ingevroren om een goede
kwaliteit te behouden. Vooral
groenten en fruit moeten na de oogst
worden ingevroren om al hun
voedingsstoffen te behouden.
Flessen of blikken met vloeistoffen
niet invriezen, in het bijzonder
dranken die kooldioxide bevatten - ze
kunnen exploderen tijdens het
invriezen.
Plaats geen warm voedsel in het
koelvak. Koel het af bij
kamertemperatuur voordat u het in
het vak plaatst.
Om te voorkomen dat de temperatuur
van al ingevroren voedsel toeneemt,
dient u vers voedsel hier niet direct
naast te plaatsen. Plaats voedsel op
kamertemperatuur in het deel van het
vriesvak waar geen bevroren voedsel
is.
IJsblokjes, ingevroren water of
waterijsjes niet meteen nadat ze uit
de vriezer zijn gehaald opeten.
Gevaar voor bevriezing.
Ontdooid voedsel niet opnieuw
invriezen. Als het voedsel ontdooid is,
kook het dan, koel het af en vries het
dan in.
6.3 Tips voor het bewaren
van ingevroren voedsel
Het vriesvak is het vak gemarkeerd
met .
Een goede temperatuurinstelling die
de conservering van ingevroren
voedsel garandeert is een
temperatuur lager dan of gelijk aan
-18°C.
Een hogere temperatuurinstelling in
het apparaat kan leiden tot een
kortere houdbaarheid.
Het hele vriesvak is geschikt voor de
opslag van diepvriesproducten.
Laat voldoende ruimte rond het
voedsel om de lucht vrij te laten
circuleren.
Raadpleeg voor adequate opslag het
etiket van de voedselverpakking om
de houdbaarheid van voedsel te
bekijken.
Het is belangrijk om het voedsel
zodanig in te pakken dat er geen
water, vocht of condens bij kan
komen.
6.4 Winkeltips
Na het boodschappen doen:
Zorg ervoor dat de verpakking niet
beschadigd is - het voedsel kan
bedorven zijn. Als de verpakking
gezwollen of nat is, is deze mogelijk
niet in de optimale omstandigheden
opgeslagen en is het ontdooien
mogelijk al begonnen.
Om het ontdooiproces te beperken,
koopt u diepvriesproducten aan het
einde van uw boodschappen en
vervoert u ze in een thermische en
geïsoleerde koeltas.
Plaats de diepvriesproducten
onmiddellijk na terugkomst uit de
winkel in de vriezer.
Als voedsel zelfs gedeeltelijk ontdooid
is, mag u het niet opnieuw invriezen.
Consumeer het zo snel mogelijk.
Respecteer de vervaldatum en de
bewaarinformatie op de verpakking.
6.5 Houdbaarheid
Soort voedsel Houdbaarheid
(maanden)
Brood 3
Fruit (met uitzondering van citrusvruchten) 6 - 12
Groenten 8 - 10
www.aeg.com12
Soort voedsel Houdbaarheid
(maanden)
Restjes zonder vlees 1 - 2
Zuivelproducten:
Boter
Zachte kaas (zoals mozzarella)
Harde kaas (zoals parmezaanse kaas, cheddar)
6 - 9
3 - 4
6
Vis/Zeevruchten:
Vette vis (zoals zalm, makreel)
Magere vis (zoals kabeljauw, bot)
Garnalen
Gepelde mosselen en mosselen
Gekookte vis
2 - 3
4 - 6
12
3 - 4
1 - 2
Vlees:
Gevogelte
Rundvlees
Varkensvlees
Lamsvlees
Worst
Ham
Restjes met vlees
9 - 12
6 - 12
4 - 6
6 - 9
1 - 2
1 - 2
2 - 3
7. ONDERHOUD EN REINIGING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
7.1 De binnenkant
schoonmaken
Voordat u het apparaat voor de eerste
keer gebruikt, wast u de binnenkant en
de interne accessoires met lauwwarm
water en een beetje neutrale zeep om de
typische geur van een nieuw product
weg te nemen. Droog daarna grondig af.
LET OP!
Gebruik geen
reinigingsmiddelen,
schuurpoeders, chloor of
reinigers op oliebasis. Deze
beschadigen de afwerking.
LET OP!
De toebehoren en
onderdelen van het apparaat
zijn niet geschikt om in een
afwasmachine gewassen te
worden.
7.2 Periodieke reiniging
Het apparaat moet regelmatig worden
schoongemaakt:
1. Maak de binnenkant en de
accessoires schoon met lauw water
en wat neutrale zeep.
2. Controleer de afdichtingen
regelmatig en wrijf ze schoon om u
ervan te verzekeren dat ze schoon
en vrij van resten zijn.
3. Afspoelen en goed afdrogen.
NEDERLANDS 13
7.3 De vriezer ontdooien
LET OP!
Gebruik nooit scherpe
metalen hulpmiddelen om de
rijp van de verdamper te
krabben, deze zou
beschadigd kunnen raken.
Gebruik geen mechanische
of andere middelen om het
ontdooiproces te versnellen,
behalve die middelen die
door de fabrikant zijn
aanbevolen.
Stel ongeveer 12 uur
voordat u gaat ontdooien
een lagere temperatuur in
om voldoende koudereserve
op te bouwen in geval van
onderbrekingen tijdens de
werking.
Een zekere hoeveelheid rijp zal zich altijd
vormen op de schappen van de vriezer
en rond het bovenste vak.
Ontdooi de vriezer wanneer de rijplaag
een dikte van ongeveer 3-5 mm bereikt
heeft.
1. Trek de stekker uit het stopcontact of
schakel het apparaat uit.
2. Verwijder al het ingevroren voedsel
en leg het op een koele plaats.
LET OP!
Een temperatuurstijging
tijdens het ontdooien van
de ingevroren
levensmiddelen, kan de
veilige bewaartijd
verkorten.
Raak ingevroren voedsel
niet met natte handen
aan. Uw handen kunnen
hieraan vastvriezen.
3. Laat de deur open staan. Bescherm
de vloer tegen het ontdooiwater met
bijv. een doek of een platte
opvangbak.
4. Om het ontdooiproces te versnellen
kunt u een bak warm water in het
vriesvak zetten. Verwijder bovendien
stukken ijs die afbreken voordat het
ontdooien voltooid is. Gebruik
hiervoor de meegeleverde
ijsschraper.
5. Steek de kunststof schraper in de
daarvoor bedoelde opening in het
midden van de bodem, plaats er een
opvangbak onder om het dooiwater
op te vangen.
6. Droog het ventiel en gat in de
achterwand af:
a. Verwijder de lade.
b. Trek het ventiel uit het gat in de
achterwand.
c. Laat het ventiel bij
kamertemperatuur drogen.
d. Droog het gat in de achterwand
af.
e. Zorg ervoor dat het ventiel
volledig droog is. Duw het ventiel
in het gat.
7. Na afloop van het ontdooien, de
binnenkant grondig droog maken.
Bewaar de ijsschraper voor
toekomstig gebruik.
8. Zet het apparaat aan en doe de deur
dicht.
9. Zet de thermostaatknop op de
maximale koude en laat het apparaat
minstens drie uur in deze instelling
werken.
Pas na deze tijd plaatst u het eten terug
in het vriesvak.
www.aeg.com14
7.4 Periode dat het apparaat
niet gebruikt wordt
Neem de volgende
voorzorgsmaatregelen als het apparaat
gedurende lange tijd niet gebruikt wordt:
1. Trek de stekker uit het stopcontact.
2. Verwijder al het voedsel
3. Ontdooi het apparaat.
4. Maak het apparaat en alle
toebehoren schoon.
5. Laat de deur open staan om
onaangename luchtjes te
voorkomen.
8. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
8.1 Wat te doen als...
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
Het apparaat werkt niet. Het apparaat werd uitge‐
schakeld.
Schakel het apparaat in.
De stekker zit niet goed in
het stopcontact.
Steek de stekker goed in het
stopcontact.
Er staat geen spanning op
het stopcontact.
Sluit het apparaat aan op
een ander stopcontact.
Neem contact op met een
erkend elektrotechnisch in‐
stallateur.
Het apparaat is lawaaiig. Het apparaat staat niet sta‐
biel.
Controleer of het apparaat
stabiel staat.
Er is een hoorbaar of zicht‐
baar alarm.
De kast werd onlangs inge‐
schakeld.
Zie 'Alarm Deur geopend' of
'Alarm Hoge temperatuur'.
De temperatuur in het appa‐
raat is te hoog.
Zie 'Alarm Deur geopend' of
'Alarm Hoge temperatuur'.
De deur is open blijven
staan.
Sluit de deur.
De compressor werkt voort‐
durend.
De temperatuur is verkeerd
ingesteld.
Raadpleeg het hoofdstuk
'Bedieningspaneel'.
Er werden veel voedingspro‐
ducten in een keer opgebor‐
gen.
Wacht een paar uur en con‐
troleer dan de temperatuur
opnieuw.
De temperatuur in de ruimte
is te hoog.
Zie ‘Installeren’.
NEDERLANDS 15
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De temperatuur van de voe‐
dingsproducten in het appa‐
raat was te hoog.
Laat voedingsproducten af‐
koelen tot kamertemperatuur
voordat je ze opbergt.
De deur is niet goed geslo‐
ten.
Zie de sectie ‘De deur slui‐
ten’.
De FROSTMATIC-functie is
ingeschakeld.
Zie de rubriek over ‘FROST‐
MATIC-functie’.
De compressor start niet on‐
middellijk na het drukken op
"FROSTMATIC" , of na het
veranderen van de tempera‐
tuur.
De compressor start niet di‐
rect.
Dit is normaal en geen sto‐
ring.
De deur is niet goed gemon‐
teerd of dekt het ventilatier‐
ooster af.
Het apparaat staat niet wa‐
terpas.
Raadpleeg de montage-in‐
structies.
Deur gaat moeilijk open. Je probeerde de deur direct
nadat je die sloot opnieuw te
openen.
Wacht even met de deur
openen nadat je die hebt ge‐
sloten.
De zijpanelen van het appa‐
raat zijn warm.
Dit is normaal en wordt ver‐
oorzaakt door werking van
de warmtewisselaar.
Er is te veel bevroren rijp en
ijs.
De deur is niet goed geslo‐
ten.
Zie de sectie ‘De deur slui‐
ten’.
Het deurrubber is vervormd
of vuil.
Zie de sectie ‘De deur slui‐
ten’.
De voedingsproducten is
niet goed verpakt.
Verpak de voedingsproduc‐
ten beter.
De temperatuur is verkeerd
ingesteld.
Raadpleeg het hoofdstuk
'Bedieningspaneel'.
Apparaat is volledig geladen
en is ingesteld op de laagste
temperatuur.
Stel een hogere temperatuur
in. Raadpleeg het hoofdstuk
'Bedieningspaneel'.
De ingestelde temperatuur in
het apparaat is te laag en de
omgevingstemperatuur is te
hoog.
Stel een hogere temperatuur
in. Raadpleeg het hoofdstuk
'Bedieningspaneel'.
Er stroomt water op de vloer. De smeltwaterafvoer is niet
aangesloten op de verdamp‐
schaal boven de compres‐
sor.
Sluit de smeltwaterafvoer
aan op de verdampschaal.
www.aeg.com16
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
De temperatuur kan niet
worden ingesteld.
De "FROSTMATIC functie"
is ingeschakeld.
Schakel de "FROSTMATIC
functie" handmatig uit, of
wacht totdat de functie auto‐
matisch deactiveert om de
temperatuur in te stellen..
Raadpleeg de rubriek over
"FROSTMATIC functie".
De temperatuur in het appa‐
raat is te laag/te hoog.
De temperatuur is niet cor‐
rect ingesteld.
Stel een hogere/lagere tem‐
peratuur in.
De deur is niet goed geslo‐
ten.
Zie de sectie ‘De deur slui‐
ten’.
De temperatuur van de voe‐
dingsproducten is te hoog.
Laat de voedingsproducten
afkoelen tot kamertempera‐
tuur voordat je ze opbergt.
Er worden veel voedingspro‐
ducten in een keer opgebor‐
gen.
Berg minder voedingspro‐
ducten in een keer op.
De dikte van de rijp is groter
dan 4 - 5 mm.
Ontdooi het apparaat.
De deur werd vaak geopend. Open de deur alleen als dat
nodig is.
De FROSTMATIC-functie is
ingeschakeld.
Zie de rubriek over ‘FROST‐
MATIC-functie’.
Er wordt geen koude lucht
gecirculeerd in het apparaat.
Zorg ervoor dat er koude
lucht in het apparaat circu‐
leert. Zie ‘Nuttige aanwijzin‐
gen en tips’.
De temperatuurinstellingleds
knipperen tegelijkertijd.
Er is een fout opgetreden bij
het meten van de tempera‐
tuur.
Neem contact op met de
dichtstbijzijnde klantenservi‐
ce. Het koelsysteem blijft de
voedingsproducten koelen,
maar de temperatuurinstel‐
ling kan niet worden gewij‐
zigd.
Bel, wanneer het advies niet
tot resultaten leidt, de
dichtstbijzijnde servicedienst
voor dit merk.
8.2 De deur sluiten
1. Maak de afdichtingen van de deur
schoon.
2. Stel de deur, indien nodig, af.
Raadpleeg 'Installatie-instructies'.
3. Vervang, indien nodig, de defecte
deurafdichtingen. Neem contact op
met een erkend servicecentrum.
NEDERLANDS 17
9. GELUIDEN
SSSRRR!
CLICK!
HISSS!
BRRR!
BLUBB!
10. TECHNISCHE GEGEVENS
De technische gegevens staan op het
typeplaatje aan de binnenkant van het
apparaat en op het energielabel.
De QR-code op het energielabel dat bij
het apparaat wordt geleverd,
biedt een internetkoppeling naar de
informatie gerelateerd aan de prestaties
van het apparaat in de EU-EPREL-
database. Bewaar het energielabel ter
referentie samen
met de gebruikershandleiding en alle
andere documenten die bij dit apparaat
worden geleverd.
Het is ook mogelijk om dezelfde
informatie in EPREL te vinden via de
koppeling
https://eprel.ec.europa.eu
en
de modelnaam en het productnummer
die u vindt op het typeplaatje van het
apparaat.
Zie de koppeling
www.theenergylabel.eu
voor gedetailleerde informatie over het
energielabel.
11. AANWIJZINGEN VOOR TESTINSTITUTEN
De installatie en voorbereiding van het
toestel voor elke EcoDesign-verificatie
moet in overeenstemming zijn met EN
62552. De ventilatievoorschriften, de
afmetingen van de uitsparingen en de
minimale open afstanden aan de
achterzijde moeten voldoen aan de
voorschriften van deze
gebruikershandleiding in hoofdstuk 3.
Neem contact op met de fabrikant voor
verdere informatie, inclusief laadplannen.
www.aeg.com18
12. MILIEUBESCHERMING
Recycleer de materialen met het
symbool . Gooi de verpakking in een
geschikte afvalcontainer om het te
recycleren. Bescherm het milieu en de
volksgezondheid en recycleer op een
correcte manier het afval van elektrische
en elektronische apparaten. Gooi
apparaten gemarkeerd met het symbool
niet weg met het huishoudelijk afval.
Breng het product naar het milieustation
bij u in de buurt of neem contact op met
de gemeente.
NEDERLANDS 19
TABLE DES MATIÈRES
1. INFORMATIONS DE SÉCURITÉ....................................................................... 20
2. CONSIGNES DE SÉCURITÉ............................................................................. 23
3. INSTALLATION...................................................................................................25
4. BANDEAU DE COMMANDE.............................................................................. 28
5. UTILISATION QUOTIDIENNE............................................................................29
6. CONSEILS..........................................................................................................30
7. ENTRETIEN ET NETTOYAGE...........................................................................32
8. DÉPANNAGE......................................................................................................34
9. BRUITS...............................................................................................................37
10. DONNÉES TECHNIQUES................................................................................37
11. INFORMATIONS POUR LES INSTITUTS DE TEST........................................38
POUR DES RÉSULTATS PARFAITS
Merci d’avoir choisi ce produit AEG. Nous l’avons conçu pour qu’il vous offre des
performances irréprochables pendant de nombreuses années, en intégrant des
technologies innovantes vous simplifiant la vie – fonctions que vous ne trouverez
peut-être pas sur des appareils ordinaires. Veuillez prendre quelques instants
pour lire cette notice afin d’utiliser au mieux votre appareil.
Consultez notre site pour :
Obtenir des conseils d’utilisation, des brochures, un dépanneur, des
informations sur le service et les réparations :
www.aeg.com/support
Enregistrer votre produit pour un meilleur service :
www.registeraeg.com
Acheter des accessoires, consommables et pièces de rechange d’origine pour
votre appareil :
www.aeg.com/shop
SERVICE ET ASSISTANCE À LA CLIENTÈLE
N’utilisez que des pièces de rechange d’origine.
Avant de contacter notre centre de service agréé, assurez-vous de disposer des
informations suivantes : Modèle, PNC, numéro de série.
Ces informations figurent sur la plaque signalétique.
Avertissement/Consignes de sécurité
Informations générales et conseils
Informations environnementales
Sous réserve de modifications.
1. INFORMATIONS DE SÉCURITÉ
Avant d'installer et d'utiliser cet appareil, lisez
soigneusement les instructions fournies. Le fabricant ne
pourra être tenu pour responsable des blessures et
www.aeg.com20
  • Page 1 1
  • Page 2 2
  • Page 3 3
  • Page 4 4
  • Page 5 5
  • Page 6 6
  • Page 7 7
  • Page 8 8
  • Page 9 9
  • Page 10 10
  • Page 11 11
  • Page 12 12
  • Page 13 13
  • Page 14 14
  • Page 15 15
  • Page 16 16
  • Page 17 17
  • Page 18 18
  • Page 19 19
  • Page 20 20
  • Page 21 21
  • Page 22 22
  • Page 23 23
  • Page 24 24
  • Page 25 25
  • Page 26 26
  • Page 27 27
  • Page 28 28
  • Page 29 29
  • Page 30 30
  • Page 31 31
  • Page 32 32
  • Page 33 33
  • Page 34 34
  • Page 35 35
  • Page 36 36
  • Page 37 37
  • Page 38 38
  • Page 39 39
  • Page 40 40
  • Page 41 41
  • Page 42 42
  • Page 43 43
  • Page 44 44
  • Page 45 45
  • Page 46 46
  • Page 47 47
  • Page 48 48
  • Page 49 49
  • Page 50 50
  • Page 51 51
  • Page 52 52
  • Page 53 53
  • Page 54 54
  • Page 55 55
  • Page 56 56
  • Page 57 57
  • Page 58 58
  • Page 59 59
  • Page 60 60

AEG AGB522F1AW Manuel utilisateur

Catégorie
Congélateurs
Taper
Manuel utilisateur

dans d''autres langues